Op zaterdag 24 oktober 2026 vindt de Nacht van de Nacht plaats. Tijdens deze jaarlijkse actie wordt aandacht gevraagd voor het belang van duisternis en het verminderen van onnodige verlichting. Door heel Nederland gaan lampen uit en worden activiteiten georganiseerd waarbij je kunt ervaren hoe donker de nacht eigenlijk kan zijn.
Dat betekent natuurlijk niet dat alle buitenverlichting verkeerd is. Licht bij een oprit, schuur, achterdeur of bedrijfsterrein kan juist erg praktisch zijn. Het verschil zit vooral in hoe, wanneer en waar je het gebruikt.
Met een goed geplaatste LED-schijnwerper, bewegingssensor of schakelklok kun je precies verlichten waar dat nodig is, zonder dat een tuin of gevel de hele nacht onnodig in het licht staat.
Wat is de Nacht van de Nacht?
De Nacht van de Nacht wordt georganiseerd door de Natuur en Milieufederaties. Bedrijven, gemeenten en particulieren worden aangemoedigd om onnodige verlichting uit te schakelen en aandacht te besteden aan lichtvervuiling.
Het idee daarachter is eenvoudig: donker waar het kan en licht waar het nodig is.
Kunstlicht in de nacht kan verder schijnen dan je misschien denkt. Een schijnwerper die grotendeels omhoog of opzij gericht staat, verlicht niet alleen de eigen oprit maar mogelijk ook de tuin van de buren, bomen en de lucht erboven.
Een goede reden om rond de Nacht van de Nacht eens te kijken naar je eigen buitenverlichting.
Moet buitenverlichting dan helemaal uit?
Nee. Buitenverlichting heeft verschillende nuttige toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan:
- Veilig naar de voordeur kunnen lopen
- Een donkere oprit zichtbaar maken
- Verlichting bij een schuur of garage
- Een bedrijfsterrein verlichten wanneer er gewerkt wordt
- Een tuinpad of trap zichtbaar maken
Het probleem ontstaat vooral wanneer verlichting veel langer brandt dan nodig is of een veel groter gebied verlicht dan waarvoor deze bedoeld is.
Een lamp bij de achterdeur hoeft bijvoorbeeld niet vanaf zonsondergang tot zonsopkomst te branden wanneer je daar 's nachts vrijwel nooit komt.
Gebruik een bewegingssensor
Een van de eenvoudigste oplossingen is een lamp met bewegingssensor. Het licht blijft uit totdat iemand binnen het detectiegebied komt.
Dat heeft verschillende voordelen:
- De verlichting brandt alleen wanneer deze nodig is
- Je hoeft geen lichtschakelaar te zoeken
- Je bespaart elektriciteit
- De omgeving blijft een groter deel van de nacht donker
Een sensor werkt vooral goed bij een oprit, voordeur, achterdeur, garage of tuinpad.
Stel de brandduur niet onnodig lang in. Voor het openen van een deur of lopen naar een garage zijn enkele minuten meestal voldoende.
Stel het detectiegebied goed af
Een bewegingssensor die verkeerd gericht staat, kan juist irritant worden. De verlichting kan dan aanspringen bij iedere voorbijrijdende auto, fietser of bewegende tak.
Richt de sensor daarom vooral op het gebied waar daadwerkelijk beweging gedetecteerd moet worden.
Controleer bijvoorbeeld of:
- De sensor niet rechtstreeks op de openbare weg gericht staat
- Bewegende struiken geen voortdurend alarm veroorzaken
- De verlichting niet steeds aangaat wanneer buren door hun eigen tuin lopen
- Het detectiebereik niet groter staat dan noodzakelijk
Door zowel de sensor als de lamp goed af te stellen, gebruik je veel minder onnodig licht.
Gebruik een schakelklok
Niet iedere buitenlamp hoeft met een bewegingssensor te werken. Soms wil je bijvoorbeeld dat tuin- of gevelverlichting vanaf het donker worden tot een bepaald tijdstip blijft branden.
Een schakelklok kan dan handig zijn. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat verlichting om 18:00 uur inschakelt en om 23:00 uur weer uitgaat.
Zo voorkom je dat decoratieve verlichting automatisch tot de volgende ochtend blijft branden.
Bij een mechanische timer kun je meestal iedere dag hetzelfde schema gebruiken. Met een digitale schakelklok kun je vaak verschillende tijden per dag instellen.
Richt een schijnwerper naar beneden
Een krachtige LED-schijnwerper hoeft niet automatisch voor veel lichtvervuiling te zorgen. De richting van het licht is minstens zo belangrijk als het vermogen.
Richt een schijnwerper zoveel mogelijk op het oppervlak dat je daadwerkelijk wilt verlichten.
Bij een oprit betekent dat bijvoorbeeld dat het licht naar de grond en het terrein gericht wordt, in plaats van horizontaal richting de straat of omhoog richting de lucht.
Hierdoor:
- Gebruik je het beschikbare licht efficiënter
- Hebben buren minder last van de lamp
- Wordt minder licht naar de hemel uitgestraald
- Kan een lager vermogen soms al voldoende zijn
Meer watt is niet altijd beter
Bij buitenverlichting wordt soms automatisch gekozen voor de krachtigste lamp. Maar een 100W LED-schijnwerper is niet nodig wanneer je alleen een klein tuinpad of de ruimte bij een achterdeur wilt verlichten.
Te veel licht kan zelfs onprettig zijn. Een zeer felle lamp zorgt voor grote verschillen tussen licht en donker. Zodra je vervolgens buiten de lichtbundel kijkt, moeten je ogen opnieuw wennen.
Kies daarom een lichtopbrengst die past bij de toepassing. Voor een kleine doorgang kan een relatief bescheiden lamp voldoende zijn. Voor een groot erf of werkterrein is uiteraard meer licht nodig.
Let op de lichtkleur
Ook de kleurtemperatuur van verlichting speelt een rol. Zeer koel wit licht bevat relatief veel blauw licht en kan voor mens en dier sterker opvallen.
Voor plekken waar sfeer belangrijk is, kan warm wit licht prettiger zijn. Voor werkterreinen en andere plaatsen waar goed zicht belangrijk is, wordt vaak een wat neutralere lichtkleur gebruikt.
De Nacht van de Nacht adviseert voor buitenverlichting waar mogelijk warm licht tot maximaal ongeveer 3000 kelvin te gebruiken. Nog belangrijker blijft echter dat de verlichting alleen brandt waar en wanneer deze werkelijk nodig is.
Denk ook aan dieren in de tuin
Een tuin is 's nachts niet leeg. Insecten, vogels, vleermuizen en andere dieren gebruiken de donkere uren om voedsel te zoeken, zich te verplaatsen of te rusten.
Een lamp die de hele nacht op bomen, struiken of een vijver schijnt kan dat natuurlijke ritme verstoren.
Probeer daarom donkere delen van de tuin te behouden. Verlicht bijvoorbeeld wel het pad naar de achterdeur, maar niet automatisch de volledige tuin.
Een sensor en een goed afgeschermde lamp maken dat veel eenvoudiger.
Voorkom licht bij de buren
Een buitenlamp die voor jezelf prettig staat, kan vanuit een andere hoek rechtstreeks in een slaapkamerraam schijnen.
Loop daarom na het plaatsen van een schijnwerper eens naar verschillende kanten van de tuin of oprit en kijk waar het licht terechtkomt.
Je kunt lichthinder vaak eenvoudig verminderen door:
- De lamp iets verder omlaag te draaien
- Een lager vermogen te gebruiken
- De lamp dichter bij het te verlichten gebied te plaatsen
- Een armatuur met een beter afgeschermde lichtbundel te kiezen
- Een sensor of timer toe te voegen
Bedrijfsverlichting hoeft ook niet altijd aan
Bij bedrijfspanden, magazijnen en parkeerterreinen kan veel buitenverlichting aanwezig zijn. Sommige verlichting is nodig voor werkzaamheden of veiligheid, maar niet ieder terrein hoeft de volledige nacht op maximale lichtsterkte verlicht te blijven.
Afhankelijk van de situatie kunnen delen van de verlichting worden uitgeschakeld of met sensoren worden bediend wanneer er niemand aanwezig is.
Dat vermindert niet alleen lichtvervuiling, maar kan ook het energieverbruik flink terugbrengen.
Controleer je buitenlampen eens op 24 oktober
De Nacht van de Nacht is een mooie aanleiding om 's avonds eens letterlijk buiten te gaan staan en naar je eigen verlichting te kijken.
Stel jezelf bijvoorbeeld deze vragen:
- Brandt er verlichting terwijl niemand deze gebruikt?
- Schijnt een lamp gedeeltelijk omhoog?
- Is een schijnwerper eigenlijk veel feller dan nodig?
- Kan verlichting met een bewegingssensor worden geschakeld?
- Kan een schakelklok voorkomen dat lampen de hele nacht blijven branden?
- Schijnt verlichting bij de buren naar binnen?
Vaak hoef je helemaal geen nieuwe verlichting te kopen. Alleen opnieuw richten of anders instellen kan al een groot verschil maken.
Donker waar het kan, licht waar het moet
Goede buitenverlichting draait niet om zoveel mogelijk licht. Het gaat erom dat er voldoende licht is op de plaats en het moment waarop je het nodig hebt.
Een goed gerichte LED-schijnwerper kan een oprit of werkplek uitstekend verlichten zonder de hele omgeving in het licht te zetten. Met een bewegingssensor laat je hem alleen inschakelen wanneer iemand in de buurt is. Met een schakelklok voorkom je dat andere verlichting onnodig de hele nacht blijft branden.
Doe tijdens de Nacht van de Nacht op 24 oktober eens alle verlichting uit die je niet nodig hebt. Misschien ontdek je dat een donkere tuin helemaal niet zo onpraktisch is en dat je met een paar kleine aanpassingen ook de rest van het jaar met minder licht toe kunt.


