Ga naar content

✔ Op werkdagen voor 16:30 besteld, direct verzonden

Patchpanel gebruiken: zo maak je een nette en overzichtelijke netwerkinstallatie

Patchpanel gebruiken: zo maak je een nette en overzichtelijke netwerkinstallatie

Bij een vaste netwerkinstallatie lopen kabels vaak vanuit verschillende kamers naar één centraal punt. Zonder goede afwerking eindig je daar al snel met een bundel losse kabels. Een patchpanel zorgt ervoor dat deze kabels overzichtelijk en degelijk worden afgemonteerd.

Een patchpanel wordt meestal in een netwerk- of serverkast gemonteerd en vormt de vaste overgang tussen installatiekabels en flexibele patchkabels. Vanuit het patchpanel verbind je de gewenste aansluitingen vervolgens met een switch, router of ander netwerkapparaat.

In onze collectie patchpanels vind je verschillende uitvoeringen voor het netjes afwerken van een netwerk. Voor overige onderdelen van een installatie kun je ook kijken bij netwerk.

Wat is een patchpanel?

Een patchpanel is een paneel met meerdere netwerkpoorten. Aan de achterkant worden de vaste netwerkkabels uit een gebouw aangesloten. Aan de voorkant zitten RJ45-aansluitingen waarop je korte patchkabels aansluit.

Een patchpanel heeft zelf geen actieve elektronica. Het versterkt het signaal niet en verdeelt geen internet. Het is puur bedoeld om netwerkbekabeling op een vaste en overzichtelijke manier af te werken.

Een normale opstelling ziet er bijvoorbeeld zo uit:

  1. Vanuit iedere kamer loopt een vaste netwerkkabel naar de meterkast of serverruimte.
  2. Deze kabels worden aan de achterkant van het patchpanel afgemonteerd.
  3. Aan de voorkant gebruik je korte patchkabels.
  4. De patchkabels verbinden de gewenste poorten met een netwerkswitch.
  5. De switch wordt vervolgens met de router of andere netwerkapparatuur verbonden.

Waarom gebruik je een patchpanel?

Je kunt installatiekabels in theorie rechtstreeks richting een switch leiden, maar dat is meestal niet de mooiste of meest praktische oplossing. Een vaste installatiekabel is relatief stug en is bedoeld om permanent op zijn plaats te blijven.

Een patchpanel biedt verschillende voordelen:

  • Alle vaste kabels worden centraal en overzichtelijk afgemonteerd
  • Je hoeft installatiekabels niet telkens te bewegen
  • Poorten kunnen eenvoudig worden genummerd en gelabeld
  • Een verbinding naar de switch is snel te wijzigen
  • De netwerkkast blijft overzichtelijker
  • Beschadigde patchkabels zijn eenvoudig te vervangen

Vooral bij een netwerk met veel wandcontactdozen wordt het verschil snel duidelijk. Je ziet in één oogopslag welke aansluiting bij welke ruimte hoort.

Wat is het verschil tussen een patchpanel en een switch?

Een patchpanel en switch kunnen sterk op elkaar lijken omdat beide een rij RJ45-poorten hebben. Toch doen ze iets totaal anders.

Een patchpanel is passief. De poort aan de voorkant is rechtstreeks verbonden met de bijbehorende aansluiting aan de achterkant.

Een switch is actief netwerkapparatuur. Deze ontvangt datapakketten en stuurt ze naar het juiste aangesloten apparaat.

Je hebt daarom vaak beide nodig. Het patchpanel zorgt voor de nette afwerking van de vaste bekabeling en de switch maakt de daadwerkelijke netwerkverbinding mogelijk.

Waarom geen RJ45-stekker rechtstreeks aan installatiekabel?

Vaste netwerkkabels voor gebruik in muren en kabelgoten hebben meestal massieve aders. Deze kabel is bedoeld om één keer te worden gelegd en vervolgens zo weinig mogelijk te bewegen.

Een flexibele patchkabel heeft meestal soepele aders en is juist bedoeld om regelmatig te worden aangesloten, losgekoppeld en verplaatst.

Door installatiekabel af te monteren op een patchpanel krijg je daarom een logische overgang:

  • Massieve installatiekabel voor het vaste traject
  • Een vaste aansluiting op het patchpanel
  • Een flexibele patchkabel voor de verbinding met de switch

Dat is overzichtelijker en voorkomt dat de stijve installatiekabel voortdurend wordt belast.

Hoeveel poorten heb je nodig?

Patchpanels zijn verkrijgbaar met verschillende aantallen aansluitingen. Veelvoorkomende uitvoeringen hebben bijvoorbeeld 8, 12, 16, 24 of 48 poorten.

Tel eerst hoeveel vaste netwerkaansluitingen je wilt afmonteren. Houd daarna bij voorkeur enkele aansluitingen vrij voor toekomstige uitbreiding.

Heb je bijvoorbeeld twintig kabels, dan is een 24-poorts patchpanel meestal logischer dan twee kleinere panelen. Verwacht je later nog veel uitbreiding, dan kan een grotere uitvoering interessant zijn.

Je hoeft overigens niet iedere poort direct met de switch te verbinden. Alleen aansluitingen die daadwerkelijk gebruikt worden, hebben een patchkabel naar een switchpoort nodig.

Wat is een 19 inch patchpanel?

Veel professionele netwerkkasten gebruiken de 19 inch standaard. Een 19 inch patchpanel is ontworpen om tussen de verticale profielen van zo'n rack te worden gemonteerd.

De hoogte van apparatuur wordt vaak aangegeven in U, waarbij 1U één rackeenheid is. Veel patchpanels met 24 poorten nemen één rackeenheid in beslag.

Een 19 inch patchpanel is geschikt voor:

  • Serverkasten
  • Netwerkkasten
  • Bedrijfsnetwerken
  • Grotere thuisnetwerken
  • Technische ruimten

Omdat switches, kabelmanagement en andere netwerkapparatuur eveneens in 19 inch verkrijgbaar zijn, kun je hiermee een zeer overzichtelijke kast opbouwen.

En wat is een 10 inch patchpanel?

Voor kleinere installaties bestaan compacte 10 inch netwerkkasten en patchpanels. Deze zijn vooral handig wanneer je maar enkele netwerkaansluitingen hebt en een volledige 19 inch kast onnodig groot is.

Een 10 inch kast kan bijvoorbeeld geschikt zijn voor een woning of klein kantoor met:

  • Een modem of router
  • Een kleine switch
  • Een compact patchpanel
  • Een stekkerdoos

Controleer bij aankoop altijd of patchpanel, switch en eventuele andere onderdelen dezelfde rackmaat gebruiken. Een 19 inch patchpanel past niet rechtstreeks in een 10 inch rack.

Cat5e, Cat6 of Cat6a patchpanel?

Net als netwerkkabels zijn patchpanels verkrijgbaar voor verschillende categorieën. De categorie van het patchpanel moet passen bij de prestaties die je met de installatie wilt behalen.

Veelgebruikte categorieën zijn:

  • Cat5e voor veel bestaande gigabitinstallaties
  • Cat6 voor moderne thuis- en bedrijfsnetwerken
  • Cat6a voor installaties waarin 10 Gigabit Ethernet over langere afstanden gewenst is

De totale verbinding is slechts zo goed als de gebruikte onderdelen. Een Cat6a-kabel aansluiten op een oud Cat5e-patchpanel maakt de volledige verbinding dus niet automatisch Cat6a.

Kijk naar de combinatie van kabel, wandcontactdoos, keystone, patchpanel en patchkabel.

UTP of afgeschermd patchpanel?

Naast de categorie moet je letten op de afscherming. Bij een normale UTP-installatie kun je een onafgeschermd patchpanel gebruiken.

Gebruik je afgeschermde kabels zoals F/UTP, U/FTP of S/FTP, dan kies je doorgaans ook voor een afgeschermd patchpanel. De metalen behuizing of afgeschermde keystones zorgen ervoor dat de afscherming correct kan worden doorgegeven.

Een afgeschermde installatie moet als compleet systeem correct worden uitgevoerd. Alleen een metalen patchpanel plaatsen terwijl de rest van de installatie niet op de juiste manier is aangesloten, levert niet automatisch een betere verbinding op.

Patchpanel met vaste aansluitingen of keystones?

Er bestaan grofweg twee soorten patchpanels. Bij een traditioneel patchpanel zijn de RJ45-poorten en aansluitklemmen geïntegreerd in het paneel. Daarnaast zijn er lege keystonepatchpanels waarin je losse modules plaatst.

Een traditioneel patchpanel heeft als voordeel dat alles in één geheel zit. Je monteert de installatiekabels rechtstreeks aan de achterkant.

Een keystonepatchpanel is flexibeler. Je kunt losse RJ45-keystones plaatsen en eventueel later individuele modules vervangen.

Afhankelijk van het paneel kun je zelfs verschillende typen aansluitingen combineren. Dit is handig wanneer je een kast flexibel wilt opbouwen.

Hoe sluit je netwerkkabel aan op een patchpanel?

Bij veel traditionele patchpanels worden de afzonderlijke aders in zogenaamde LSA- of IDC-contacten gedrukt. Hiervoor gebruik je meestal een punchdowntool.

Globaal werk je als volgt:

  1. Leid de installatiekabel netjes naar de achterkant van het patchpanel.
  2. Verwijder alleen het noodzakelijke deel van de buitenmantel.
  3. Leg de aders volgens het kleurenschema van het patchpanel.
  4. Kies consequent voor T568A of T568B.
  5. Druk iedere ader in het juiste contact.
  6. Zet de kabel indien mogelijk vast met trekontlasting.
  7. Controleer de verbinding met een netwerkkabeltester.

Volg altijd het schema dat op het patchpanel is aangegeven. De fysieke positie van de contacten kan namelijk per fabrikant verschillen.

T568A of T568B?

T568A en T568B zijn twee bedradingsschema's voor de acht aders van een ethernetverbinding. Beide kunnen correct functioneren.

Het belangrijkste is dat je binnen dezelfde installatie consequent werkt. Is een wandcontactdoos volgens T568B afgemonteerd, gebruik dan aan de andere kant van die kabel eveneens T568B.

Schrijf eventueel in de netwerkkast op welke standaard is gebruikt. Dat maakt toekomstige uitbreidingen en reparaties eenvoudiger.

Houd de aderparen zo lang mogelijk getwist

De aders in een netwerkkabel zijn per twee om elkaar heen gedraaid. Dit helpt storingen en overspraak te beperken.

Bij het afmonteren moet je deze aderparen daarom niet over een onnodig grote lengte uit elkaar draaien. Verwijder alleen zoveel mantel als nodig is om de kabel netjes in het aansluitblok te plaatsen.

Dit wordt belangrijker naarmate hogere netwerksnelheden en categorieën worden gebruikt. Een slordige afmontage kan ervoor zorgen dat een kabel wel verbinding maakt, maar niet de prestaties haalt waarvoor de installatie bedoeld is.

Hoe verbind je het patchpanel met de switch?

Aan de voorzijde van het patchpanel gebruik je normale RJ45-patchkabels. Een korte kabel loopt van iedere benodigde patchpanelpoort naar een vrije poort op de switch.

Je hoeft daarbij geen lange kabels te gebruiken. Omdat patchpanel en switch meestal dicht bij elkaar in dezelfde kast hangen, zijn korte kabels vaak het meest overzichtelijk.

Voor een nette installatie kun je de switch direct onder het patchpanel plaatsen. Eventueel zet je er een horizontaal kabelmanagementpaneel tussen zodat de patchkabels netjes naar links en rechts kunnen worden geleid.

Waarom moet je de aansluitingen nummeren?

Een van de grootste voordelen van een patchpanel is het overzicht, maar dat werkt alleen wanneer je weet waar iedere kabel naartoe loopt.

Geef daarom iedere aansluiting een nummer en gebruik hetzelfde nummer bij de wandcontactdoos. Je kunt bijvoorbeeld werken met:

  • 01 Woonkamer TV
  • 02 Woonkamer access point
  • 03 Kantoor bureau
  • 04 Slaapkamer 1
  • 05 Camera voorkant

Bij een storing hoef je dan niet alle kabels los te halen om te ontdekken welke aansluiting bij welke kamer hoort.

Patchpanel en Power over Ethernet

Een patchpanel kan ook onderdeel zijn van een netwerk waarin Power over Ethernet wordt gebruikt. Via PoE kunnen bijvoorbeeld access points, IP-camera's en VoIP-telefoons via dezelfde netwerkkabel data en voeding ontvangen.

Het patchpanel levert deze voeding niet zelf. De stroom komt bijvoorbeeld van een PoE-switch en loopt via de patchkabel, het patchpanel en de installatiekabel naar het apparaat.

Gebruik voor PoE een correct afgemonteerde installatie met geschikte kabels en componenten. Dit is extra belangrijk bij hoge PoE-vermogens, omdat slechte contacten warmte kunnen veroorzaken.

Waar plaats je een patchpanel?

Een patchpanel wordt meestal geplaatst op het centrale punt waar alle netwerkkabels samenkomen. Dat kan de meterkast, technische ruimte, serverruimte of een aparte netwerkkast zijn.

Zorg voor voldoende ruimte rondom de achterkant van het paneel. Installatiekabels mogen niet direct achter de aansluiting scherp worden omgebogen.

Houd daarnaast rekening met:

  • Ruimte voor de switch
  • Kabelmanagement
  • Een stroomvoorziening in de kast
  • Ventilatie van actieve apparatuur
  • Toekomstige uitbreiding
  • Bereikbaarheid voor onderhoud

Veelgemaakte fouten bij een patchpanel

Een patchpanel is relatief eenvoudig, maar een slechte afmontage kan voor onduidelijke netwerkproblemen zorgen. Veelvoorkomende fouten zijn:

  • T568A en T568B door elkaar gebruiken
  • De aderparen veel te ver uit elkaar draaien
  • De kabelmantel te ver verwijderen
  • Geen trekontlasting gebruiken
  • Cat6a-kabel combineren met onderdelen van een lagere categorie
  • Een afgeschermde installatie niet correct aarden
  • De poorten niet labelen
  • Geen kabeltester gebruiken na montage

Test iedere kabel nadat deze is afgemonteerd. Zo ontdek je fouten voordat de netwerkkast volledig is opgebouwd of de wandcontactdozen definitief zijn afgewerkt.

Heb je thuis een patchpanel nodig?

Voor één losse netwerkkabel is een patchpanel meestal overbodig. Leg je vanuit de meterkast kabels naar meerdere kamers, dan wordt het al snel interessant.

Een kleine thuisinstallatie met zes of acht aansluitingen kan prima met een compact patchpanel worden uitgevoerd. Je krijgt daarmee dezelfde overzichtelijke structuur als bij een professioneel netwerk.

Het voordeel merk je vooral later. Wil je een andere switch plaatsen, een aansluiting activeren of een storing zoeken, dan hoef je niet tussen een bundel ongemarkeerde installatiekabels te zoeken.

Welk patchpanel moet je kiezen?

Kijk eerst hoeveel netwerkaansluitingen je hebt en bepaal of je een 10 inch of 19 inch kast gebruikt. Kies vervolgens een patchpanel dat past bij de kabelcategorie en afscherming van de installatie.

Let bij je keuze vooral op:

  • Het aantal poorten
  • 10 of 19 inch montage
  • Cat5e, Cat6 of Cat6a
  • UTP of afgeschermd
  • Vaste poorten of keystonemodules
  • De beschikbare ruimte in de netwerkkast

Bekijk onze patchpanels voor verschillende netwerkinstallaties. Voor installatie- en patchkabels kun je terecht bij onze netwerkkabels. Wil je een complete installatie samenstellen, bekijk dan ook het overige assortiment binnen netwerk.

Met een goed gekozen en correct afgemonteerd patchpanel creëer je een netwerk dat niet alleen netjes oogt, maar later ook veel eenvoudiger uit te breiden, te onderhouden en te controleren is.