Ga naar content

✔ Op werkdagen voor 16:30 besteld, direct verzonden

Welke auto-laadkabel heb je nodig? Alle types uitgelegd

Welke auto-laadkabel heb je nodig? Alle types uitgelegd

Verschillende types laadkabels voor elektrische auto’s uitgelegd

Wie een elektrische auto of plug-in hybride rijdt, krijgt al snel te maken met verschillende laadkabels, stekkers en laadvermogens. Type 1, Type 2, CCS en CHAdeMO lijken misschien vooral technische termen. Toch is het belangrijk om de verschillen te kennen. Niet iedere kabel past op iedere auto of laadpaal en ook het maximale laadvermogen kan sterk verschillen. In dit artikel lees je welke soorten auto-laadkabels er zijn en waar je op moet letten bij het kiezen van de juiste kabel.

AC-laden en DC-snelladen

Voordat je naar de verschillende stekkertypes kijkt, is het handig om onderscheid te maken tussen AC- en DC-laden. AC staat voor wisselstroom. Dit is de stroom die uit een normaal stopcontact, een wallbox of veel openbare laadpalen komt. De omvormer in de auto zet deze stroom om in gelijkstroom, zodat de energie in de accu kan worden opgeslagen.

DC staat voor gelijkstroom. Bij een snellader wordt de omzetting buiten de auto uitgevoerd en gaat de stroom rechtstreeks naar de accu. Daardoor kan meestal met een veel hoger vermogen worden geladen.

De laadkabel zit bij een openbare DC-snellader vrijwel altijd vast aan de laadpaal. Voor AC-laden bij een openbare laadpaal heb je juist vaak een eigen laadkabel nodig.

Type 2: de Europese standaard

De Type 2-stekker is de meest gebruikte aansluiting voor AC-laden in Europa. Je herkent hem aan de ronde vorm met een afgeplatte bovenkant en zeven contactpunten. Vrijwel alle moderne elektrische auto’s en plug-in hybrides voor de Europese markt hebben een Type 2-aansluiting.

Een Type 2-laadkabel wordt meestal gebruikt tussen de auto en een laadpaal of wallbox met een Type 2-contactdoos. Aan beide uiteinden zit dan een Type 2-stekker. Dit heet een Type 2 naar Type 2-laadkabel.

Type 2 ondersteunt zowel eenfasig als driefasig laden. Veel kabels zijn geschikt voor 16 of 32 ampère en voor maximaal 11 of 22 kW. Het werkelijke laadvermogen wordt altijd bepaald door de zwakste schakel.

Een auto met een boordlader van maximaal 11 kW laadt dus niet met 22 kW, ook niet wanneer de laadpaal en laadkabel dat wel ondersteunen. Een zwaardere kabel gebruiken is meestal geen probleem, maar de auto zal daardoor niet sneller laden.

Type 1 voor oudere en geïmporteerde auto’s

De Type 1-stekker komt vooral voor op oudere elektrische auto’s en modellen die oorspronkelijk voor de Amerikaanse of Aziatische markt zijn ontwikkeld. De stekker heeft vijf contactpunten en wordt gebruikt voor eenfasig AC-laden.

Bij een Europese laadpaal heb je voor zo’n auto meestal een Type 2 naar Type 1-laadkabel nodig. De Type 2-stekker gaat in de laadpaal en de Type 1-stekker in de auto.

Type 1 ondersteunt geen driefasig laden. Hierdoor ligt het maximale laadvermogen doorgaans lager dan bij Type 2. Controleer vóór aankoop altijd welke aansluiting en stroomsterkte jouw auto ondersteunt. Alleen naar het bouwjaar kijken is niet voldoende, omdat dezelfde modelserie soms met verschillende aansluitingen is geleverd.

CCS voor snel en ultrasnel laden

CCS staat voor Combined Charging System. In Europa wordt vooral CCS Combo 2 gebruikt. Deze aansluiting bestaat uit een Type 2-deel met daaronder twee grote contacten voor gelijkstroom. Een auto met CCS Combo 2 kan daardoor via dezelfde voertuigopening zowel AC als DC laden.

Type 2 en CCS Combo 2 zijn in Europa de gebruikelijke aansluitingen voor respectievelijk AC-laden en DC-snelladen.

Bij AC-laden gebruik je alleen het bovenste Type 2-gedeelte van de aansluiting. Bij een snellader wordt een grotere CCS-stekker aangesloten die ook de onderste DC-contacten gebruikt. Je hoeft hiervoor normaal gesproken geen eigen kabel mee te nemen. De zware en soms gekoelde CCS-kabel zit aan de snellader vast.

Hoe snel een auto via CCS kan laden, verschilt sterk per model. Het vermogen dat op de laadpaal staat, is niet automatisch het vermogen dat de auto werkelijk opneemt. Ook de accutemperatuur, de laadtoestand en de laadcurve spelen een rol. Naarmate de accu voller raakt, verlaagt de auto meestal het laadvermogen.

CHAdeMO bij oudere Japanse modellen

CHAdeMO is een aparte standaard voor DC-snelladen. Deze aansluiting werd veel gebruikt bij Japanse elektrische auto’s en komt vooral nog voor op oudere modellen. CHAdeMO gebruikt een andere stekker en een ander communicatiesysteem dan CCS.

Ook bij CHAdeMO zit de kabel aan de snellader vast. Je koopt dus normaal gesproken geen losse CHAdeMO-laadkabel voor in de auto. In Europa is CCS Combo 2 inmiddels gebruikelijker bij nieuwe personenauto’s, maar er zijn nog laadstations met een CHAdeMO-aansluiting voor bestaande voertuigen.

Gebruik niet zomaar een willekeurige verloopstekker tussen CCS en CHAdeMO. Bij snelladen moeten de auto en het laadstation uitgebreid met elkaar communiceren. Een eventuele adapter moet daarom specifiek geschikt en goedgekeurd zijn voor het voertuig en het gebruikte laadsysteem.

Mobiele laadkabel voor een stopcontact

Naast laadpaalkabels bestaan er mobiele laders waarmee je een elektrische auto via een normaal geaard stopcontact kunt opladen. Deze worden ook wel thuisladers, noodladers of Mode 2-laadkabels genoemd.

In de kabel zit een bedienings- en beveiligingskastje. Dit kastje verzorgt onder andere de communicatie met de auto en controleert of het laden veilig kan beginnen.

Laden via een stopcontact gaat langzamer dan laden via een wallbox. Een huishoudelijk stopcontact is bovendien niet altijd bedoeld om vele uren achter elkaar zwaar te worden belast. Gebruik daarom een goed aangesloten en geaard stopcontact. Rol een eventuele kabelhaspel volledig af en vermijd losse verlengsnoeren en goedkope stekkerdozen.

Laat de elektrische installatie bij twijfel controleren door een deskundige. Een mobiele lader is vooral handig als reserve, tijdens een bezoek of op een locatie zonder laadpaal. Voor dagelijks laden is een correct geïnstalleerde wallbox meestal praktischer.

Laden via een CEE-aansluiting

Op campings, werkplaatsen en industriële locaties zijn vaak blauwe of rode CEE-contactdozen aanwezig. Met een geschikte mobiele laadunit kan een elektrische auto ook via zo’n aansluiting worden geladen.

Blauwe CEE-aansluitingen zijn doorgaans eenfasig. Rode CEE-aansluitingen zijn meestal driefasig en kunnen, afhankelijk van de aansluiting en installatie, een hoger vermogen leveren.

De mobiele laadunit moet passen bij de spanning, het aantal fasen en de maximale stroomsterkte van het aansluitpunt. Gebruik geen zelfgemaakte verloopconstructies. Controleer bovendien of de mobiele lader over de benodigde beveiligingen beschikt.

Mode 2, Mode 3 en Mode 4

Bij laadkabels kom je regelmatig de termen Mode 2, Mode 3 en Mode 4 tegen. Deze laadmodi zeggen vooral iets over de manier waarop de auto met de stroomvoorziening is verbonden:

  • Mode 2: laden via een stopcontact met een beveiligingskastje in de kabel.

  • Mode 3: AC-laden via een wallbox of openbare laadpaal.

  • Mode 4: DC-laden via een snellader.

Deze laadmodi zijn vastgelegd binnen de IEC 61851-reeks voor het geleidend laden van elektrische voertuigen.

Een normale Type 2-laadkabel voor een wallbox of openbare laadpaal valt dus onder Mode 3. Een mobiele lader voor een stopcontact valt doorgaans onder Mode 2.

Waar let je op bij het kopen van een laadkabel?

Controleer eerst de aansluiting op de auto. Voor de meeste moderne Europese auto’s is dit Type 2, maar bij oudere modellen kan Type 1 voorkomen. Kijk daarna naar het maximale laadvermogen van de boordlader en het laadpunt dat je gebruikt.

Let daarnaast op de volgende eigenschappen:

  • Het aantal fasen van de kabel

  • De maximale stroomsterkte in ampère

  • Het maximale laadvermogen in kW

  • De lengte van de laadkabel

  • De geschiktheid voor buitengebruik

  • De aansluiting aan de kant van de auto en laadpaal

Voor een auto die driefasig met 11 kW laadt, heb je een driefasige kabel nodig. Een 22kW-kabel kan meestal ook worden gebruikt bij een auto die maximaal 11 kW ondersteunt. De auto neemt nooit meer vermogen af dan de boordlader aankan.

De kabellengte is eveneens belangrijk. Een langere kabel biedt meer flexibiliteit wanneer de aansluiting van de auto niet direct naast de laadpaal zit. Daar staat tegenover dat een lange kabel zwaarder is en meer ruimte in de kofferbak inneemt. Voor veel situaties is een lengte van vijf tot zeven meter praktisch.

Controleer ten slotte of de kabel geschikt is voor buitengebruik. Bescherm de stekkers tegen vuil, vocht en beschadigingen en berg de kabel zonder scherpe knikken op.

In ons ruime assortiment EV-laadkabels vind je snel leverbare laadkabels in verschillende uitvoeringen, lengtes en laadvermogens. Zo kies je eenvoudig een geschikte kabel voor jouw auto en laadpunt.

Welke auto-laadkabel heb je nodig?

Voor de meeste moderne elektrische auto’s in Nederland is een Type 2 naar Type 2-laadkabel de juiste keuze voor een wallbox of openbare laadpaal. Heeft jouw auto een Type 1-aansluiting, dan heb je meestal een Type 2 naar Type 1-laadkabel nodig.

CCS en CHAdeMO zijn bedoeld voor DC-snelladen. De bijbehorende kabels zitten normaal gesproken vast aan de laadinstallatie en hoef je niet zelf mee te nemen.

Controleer vóór aankoop altijd de aansluiting, het aantal fasen, het amperage en het maximale laadvermogen van je auto. Met de juiste laadkabel laad je veilig en efficiënt, zowel thuis als onderweg.