Startkabels gebruiken: zo start je veilig een auto met lege accu
9 min lezen
Een auto die niet meer wil starten door een lege accu komt altijd ongelegen. Met een goede set startkabels en een tweede voertuig kun je de auto vaak weer aan de praat krijgen. Het is daarbij belangrijk dat je de kabels in de juiste volgorde aansluit. Verkeerd gebruik kan vonken veroorzaken en in het slechtste geval schade opleveren aan de accu of de elektronica van de auto.
In deze blog lees je hoe je startkabels veilig gebruikt, welke kabel waarop moet worden aangesloten en wat je moet doen nadat de motor weer draait.
Wanneer heb je startkabels nodig?
Startkabels gebruik je wanneer de startaccu onvoldoende spanning of capaciteit heeft om de startmotor rond te laten draaien. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de verlichting is blijven branden, de auto lange tijd heeft stilgestaan of de accu door kou minder goed presteert.
Een lege accu herken je vaak aan één of meer van de volgende verschijnselen:
De startmotor draait langzaam of helemaal niet.
Je hoort alleen een klikkend geluid bij het starten.
De dashboardverlichting brandt zwak of valt uit.
De centrale vergrendeling reageert niet meer.
Elektrische accessoires werken niet of nauwelijks.
Startkabels helpen alleen wanneer het startprobleem daadwerkelijk door een zwakke accu wordt veroorzaakt. Bij een defecte startmotor, een brandstofprobleem of een andere technische storing lossen startkabels het probleem niet op.
Controleer eerst of startkabels veilig gebruikt kunnen worden
Voordat je begint, controleer je beide voertuigen en de accu’s. Gebruik geen startkabels wanneer een accu zichtbaar beschadigd, vervormd, lekkend of bevroren is. Een beschadigde accu kan gevaarlijk zijn.
Controleer ook of beide voertuigen dezelfde nominale boordspanning gebruiken. De meeste personenauto’s hebben een 12V-systeem. Grotere bedrijfswagens en vrachtwagens kunnen een 24V-systeem hebben. Verbind nooit zomaar een 12V- en 24V-systeem met elkaar.
Lees bij moderne auto’s altijd de handleiding. Sommige voertuigen hebben speciale startpunten onder de motorkap. De accu kan bijvoorbeeld in de kofferbak of onder een afdekplaat zijn gemonteerd, terwijl de fabrikant aparte aansluitpunten voor starthulp heeft aangebracht.
Bij hybride en elektrische auto’s gelden vaak specifieke instructies. De grote aandrijfaccu wordt niet met normale startkabels gestart. Sommige modellen hebben wel een kleine 12V-accu die ondersteuning nodig kan hebben. Volg hierbij altijd de aanwijzingen van de fabrikant.
Kies geschikte startkabels
Niet iedere set startkabels is geschikt voor iedere auto. Dunne kabels kunnen bij een hoge startstroom sterk opwarmen en veroorzaken extra spanningsverlies. Voor grotere motoren, vooral dieselmotoren, zijn dikkere kabels aan te raden.
Let bij het kiezen van startkabels op:
De kabeldikte of doorsnede
De maximale stroomsterkte
De lengte van de kabels
De kwaliteit van de accuklemmen
De isolatie van kabels en handgrepen
De geschiktheid voor benzine- of dieselmotoren
Langere kabels geven meer ruimte om de voertuigen neer te zetten, maar kunnen bij dezelfde kabeldikte meer weerstand hebben. Kies daarom niet alleen op lengte, maar ook op de doorsnede van de kabel.
Goede klemmen moeten stevig op de aansluitpunten blijven zitten en voldoende metaalcontact maken. In ons assortiment startkabels vind je verschillende uitvoeringen voor personenauto’s en andere voertuigen.
Zet de voertuigen veilig neer
Plaats de auto met de volle accu dicht genoeg bij de auto met de lege accu, zodat de startkabels zonder spanning op de kabels kunnen worden aangesloten. De voertuigen mogen elkaar niet raken.
Zet beide auto’s in de parkeerstand of neutraal en trek de handrem aan. Schakel de motoren uit en verwijder bij voorkeur de sleutels. Zet alle elektrische verbruikers uit, zoals:
Verlichting
Radio en multimediasysteem
Stoelverwarming
Achterruitverwarming
Airconditioning en ventilator
Telefoonladers en andere accessoires
Open daarna de motorkappen en zoek de plus- en minpunten op. De pluspool is meestal gemarkeerd met een plusteken en vaak voorzien van een rode afdekking. De minpool is gemarkeerd met een minteken.
In welke volgorde sluit je startkabels aan?
De juiste volgorde is belangrijk. De rode kabel is voor de plusaansluitingen. De zwarte kabel is voor de minaansluiting en het massapunt.
Sluit de kabels als volgt aan:
Sluit één rode klem aan op de pluspool van de lege accu.
Sluit de andere rode klem aan op de pluspool van de volle accu.
Sluit één zwarte klem aan op de minpool van de volle accu.
Sluit de laatste zwarte klem aan op een geschikt massapunt van de auto met de lege accu.
Een massapunt is een stevig, ongeverfd metalen deel van de motor of carrosserie. Gebruik bij voorkeur het speciale massapunt dat in de handleiding van de auto wordt aangegeven.
De laatste zwarte klem wordt dus bij voorkeur niet rechtstreeks op de minpool van de lege accu geplaatst. Bij het maken van de laatste verbinding kan een kleine vonk ontstaan. Door deze verbinding op enige afstand van de accu te maken, verklein je het risico dat een vonk in de buurt van accugassen ontstaat.
Let op dat de klemmen elkaar niet raken
Zodra een deel van de kabels is aangesloten, mogen de metalen klemmen elkaar niet meer raken. Laat de rode plusklem ook geen metalen deel van de carrosserie aanraken. Dit kan kortsluiting veroorzaken.
Controleer of alle klemmen stevig vastzitten en niet kunnen losschieten zodra de motor begint te trillen. Zorg ook dat de kabels niet in de buurt van ventilatoren, riemen of andere bewegende onderdelen liggen.
Let op dat sommige ventilatoren automatisch kunnen inschakelen, zelfs wanneer de motor nog niet draait. Houd handen, kleding en kabels daarom altijd uit de buurt van bewegende motordelen.
De auto met de lege accu starten
Wanneer alle startkabels correct zijn aangesloten, kun je de auto met de volle accu starten. Laat deze motor kort draaien. Bij sommige voertuigen kan een licht verhoogd stationair toerental helpen, maar volg hierbij de instructies uit de handleiding.
Probeer daarna de auto met de lege accu te starten. Laat de startmotor niet te lang achter elkaar draaien. Een startpoging van enkele seconden is meestal voldoende. Wacht na een mislukte poging even voordat je het opnieuw probeert.
Blijf niet eindeloos doorstarten. Wanneer de auto na een paar pogingen niet aanslaat, kan er meer aan de hand zijn dan alleen een lege accu. Controleer de aansluitingen en schakel zo nodig professionele hulp in.
Geef tijdens het starten niet onnodig veel gas met het hulpvoertuig. Moderne auto’s bevatten gevoelige elektronische systemen en grote spanningswisselingen zijn ongewenst.
Startkabels in de juiste volgorde verwijderen
Wanneer de auto met de lege accu is gestart, laat je beide motoren nog even draaien. Verwijder daarna de kabels in omgekeerde volgorde.
Dat betekent:
Verwijder de zwarte klem van het massapunt van de gestarte auto.
Verwijder de zwarte klem van de minpool van de hulpauto.
Verwijder de rode klem van de pluspool van de hulpauto.
Verwijder als laatste de rode klem van de pluspool van de gestarte auto.
Voorkom ook tijdens het verwijderen dat de klemmen elkaar of andere metalen onderdelen raken. Houd de kabels uit de buurt van bewegende onderdelen en berg ze pas op wanneer alle klemmen zijn losgekoppeld.
Wat moet je doen nadat de auto gestart is?
Zet de motor van de gestarte auto niet direct weer uit. De accu heeft tijd nodig om bij te laden. Een korte rit is vaak beter dan de auto lange tijd stationair laten draaien, maar de dynamo is niet bedoeld om een volledig lege of defecte accu telkens opnieuw volledig op te laden.
Rijd bij voorkeur een redelijke afstand zonder onnodig veel elektrische verbruikers in te schakelen. Houd er rekening mee dat één rit niet altijd genoeg is om een sterk ontladen accu volledig te herstellen.
Laat de accu controleren wanneer het probleem terugkomt. Een accu kan versleten zijn of de auto kan een probleem hebben met het laadsysteem. Ook lekstroom kan ervoor zorgen dat de accu tijdens stilstand leegloopt.
Wanneer de auto direct na het uitschakelen opnieuw niet start, is nader onderzoek verstandig. Blijven doorrijden met een slechte accu kan ertoe leiden dat je korte tijd later opnieuw stil komt te staan.
Veelgemaakte fouten bij het gebruik van startkabels
Een van de gevaarlijkste fouten is het verwisselen van plus en min. Dit kan kortsluiting en ernstige schade aan elektronische onderdelen veroorzaken. Controleer daarom altijd de symbolen op de accu en vertrouw niet alleen op de kleur van een afdekking.
Andere veelgemaakte fouten zijn:
Te dunne startkabels gebruiken
De laatste zwarte klem op de lege accu aansluiten
Beschadigde kabels of losse klemmen gebruiken
De klemmen tijdens het aansluiten tegen elkaar laten komen
Kabels over bewegende motordelen leggen
Verschillende boordspanningen met elkaar verbinden
Blijven starten terwijl de kabels heet worden
De voertuigen elkaar laten raken
De instructies van de autofabrikant negeren
Voel je dat de kabels of klemmen erg heet worden, stop dan met starten. Hitte kan wijzen op te dunne kabels, slecht contact of een te hoge belasting.
Kun je iedere auto als hulpauto gebruiken?
Niet ieder voertuig mag zomaar als hulpauto worden gebruikt. Bij sommige moderne auto’s adviseert de fabrikant om geen andere auto te starten via de eigen accu. Dit kan te maken hebben met het accumanagement, gevoelige elektronica of de locatie van de accu.
Een kleine auto is bovendien niet altijd geschikt om een grote dieselmotor te starten. Het verschil in benodigde startstroom kan aanzienlijk zijn.
Een draagbare jumpstarter kan in sommige situaties een alternatief zijn. Hiermee heb je geen tweede voertuig nodig. Ook bij een jumpstarter moet je de juiste aansluitvolgorde en instructies van de fabrikant volgen.
Startkabels veilig bewaren
Berg startkabels droog en schoon op. Controleer af en toe of de isolatie nog intact is en of de klemmen niet zijn gecorrodeerd. Beschadigde kabels moet je niet met tape proberen te repareren wanneer de geleider of klem ernstig is aangetast.
Bewaar de kabels bij voorkeur in een tas of koffer in de auto. Zo blijven de klemmen beschermd en raken de kabels minder snel in de knoop. Zorg dat je ze eenvoudig kunt bereiken en leg ze niet onder een volle bagageruimte.
Veilig starten met de juiste voorbereiding
Met geschikte startkabels kun je een auto met een lege accu vaak snel weer starten. Controleer eerst de spanning en de toestand van beide accu’s. Sluit daarna rood op plus aan en gebruik de zwarte kabel tussen de minpool van de hulpauto en een massapunt van de auto met de lege accu.
Werk rustig, controleer iedere aansluiting en houd de kabels uit de buurt van bewegende onderdelen. Verwijder de startkabels na het starten in omgekeerde volgorde. Wanneer de accu vaker leeg is, laat je de accu en het laadsysteem controleren. Zo voorkom je dat een tijdelijk startprobleem zich blijft herhalen.
Misschien ook interessant
Reservelampjes meenemen voor auto, caravan en aanhanger
Ga je met de auto, caravan of aanhanger op vakantie? Dan controleer je waarschijnlijk vooraf de bandenspanning, olie, koelvloeistof en verlichting. Het is ook verstandig...
Verlengkabel voor elektrische BBQ kiezen: hier let je op
Een elektrische barbecue is makkelijk in gebruik: stekker in het stopcontact, temperatuur instellen en grillen maar. Het snoer van de barbecue is alleen niet altijd...